Publicatie Biomassa door en voor de blauwe bio-economie | Inzichten en ambities
De Vlaamse blauwe bio-economie bevindt zich vandaag op een kantelpunt. Uit een reeks verdiepende gesprekken met bedrijven, onderzoekers, speerpuntorganisaties en beleidsactoren blijkt een opvallend gedeeld beeld: Vlaanderen beschikt over sterke kennisinstellingen, pionierende ondernemingen en veelbelovende biomassa uit zee en aquacultuur, maar we slagen er voorlopig onvoldoende in om die troeven te vertalen naar schaalbare en rendabele waardeketens.
Hoe dat komt? Omdat biomassastromen uit visserij, aquacultuur en algenproductie vaak klein zijn, geografisch erg verspreid vrijkomen, bestaan uit te heterogene grondstoffen, of moeten concurreren met goedkopere importproducten. Die factoren bemoeilijken het uitbouwen van winstgevende economische activiteiten, ondanks de intrinsiek hoge waarde van de biomassa.
“Hoewel de aquacultuursector in Vlaanderen groeipotentieel heeft, blijft rendabiliteit een uitdaging door hoge kosten en sterke concurrentie van import.” (Aäron Plovie – Odisee Hogeschool)
“Op Europees niveau boomt de blauwe bio-economie, maar in Vlaanderen blijft ze bescheiden door kleine en heterogene reststromen.” (Johan Robbens – ILVO)
Reststromen zoals viskarkassen, schubben, mosselschelpen, garnalenschalen, micro- en macroalgen en zelfs biomassa van invasieve soorten (zoals de Chinese wolhandkrab of invasieve kwallen), bevatten waardevolle bouwstenen voor toepassingen in de meest uiteenlopende sectoren, gaande van voeding, voeder, bouwmaterialen, biostimulanten, coatings en bioplastics tot medische toepassingen.
Een opvallende consensus over kansen
Over de verschillende gesprekken heen tekent zich een sterke consensus af over waar de grootste strategische opportuniteiten voor Vlaanderen liggen.
Micro- en macroalgen
Zo worden micro- en macroalgen door de verschillende partijen unaniem genoemd als één van de belangrijkste verder te ontwikkelen stromen binnen de blauwe bio-economie. Want algen bieden kansen in heel wat toepassingen met een hoge toegevoegde waarde zoals nutraceuticals, pigmenten, biostimulanten, voeding, voeder of innovatieve materialen. Hun brede toepassingspotentieel, gecombineerd met de sterke Vlaamse onderzoekscompetenties en de groeiende interesse vanuit het Europese beleid, maken algen tot één van de meest interessante ‘innovatieve’ biogrondstoffen.
“De meeste ondernemersvragen uit de blauwe bio-economie, draaien vandaag rond algen. De uitdaging zit hem niet alleen in productie, maar ook in het vinden van rendabele markttoepassingen.” (Emily Verhelst – VLAIO – bedrijfsadviseur bio-economie)
Tegelijk, wijzen de verschillende stakeholders er wel op dat er vandaag nog heel wat beperkingen bestaan over de teelt van micro- en macroalgen, denk maar aan: lage volumes, hoge productie- en energiekosten en een complexe regelgeving rond onder meer Novel food of de productie van algen op reststromen.
“De vraag naar algen is er, maar bedrijven denken in volumes en prijzen die kwekers pas kunnen leveren met voldoende marktzekerheid om op te kunnen schalen: een typisch kip-en-eiverhaal.” (Sabine Van Miert – Thomas More Hogeschool)
Chitine
Naast algen, komt ook chitine, dat geëxtraheerd kan worden uit schaaldierreststromen, naar voren als een erg beloftevolle maar in Vlaanderen nog onderontwikkelde biogrondstof. Chitine is een interessante biocomponent die ingezet kan worden voor tal van biogebaseerde toepassingen zoals farmaceutische of (wond)verzorgende producten, duurzame gewasbeschermings-middelen, coatings, circulaire batterijen, biodegradeerbare plastics... En hoewel de interesse vanuit industriële hoek groot is, zitten er nog hiaten in de keten. Zo ontbreekt het ons nog aan voldoende grote, lokale biomassastromen, groene extractietechnologieën...
“Interessante mariene grondstoffen zoals chitine botsen vandaag vooral op economische haalbaarheid en regelgeving rond afvalstatus.” (Johan Robbens – ILVO)
Daarnaast hebben ook economische factoren invloed op de grootte van bv. schaaldierreststromen die vrijkomen in Vlaanderen. Garnalen die in de Noordzee gevangen worden, worden naar lageloonlanden zoals Marokko getransporteerd om daar gepeld te worden. Naast een hoge ecologische (transport)voetafdruk, zorgt dit ervoor dat de reststromen (schalen, pellen…) daar achterblijven en dus geen meerwaarde kunnen creëren binnen de Vlaamse blauwe bio-economie.
Mariene reststromenvalorisatie
Tot slot, wordt ook de valorisatie van mariene reststromen in brede zin (bv. viskoppen of karkassen, onverkochte visoverschotten…) gezien als veelbelovend. Maar het gebrek aan monitoring en het ontbreken van logistieke instanties, die instaan voor de ophaling en verwerking van de mariene biomassa, staan de markt nog in de weg om het potentieel eruit te kunnen halen.
Materialen: vraag vanuit industrie, minder vanuit primaire sector
Tijdens de interviews polsten we niet alleen naar interessante mariene biomassa die benut kan worden in biogebaseerde toepassingen, maar gingen we ook dieper in op het gebruik van natuurlijke en vooral duurzamere materialen in de blauwe sector. Zo worden schepen de dag van vandaag bijvoorbeeld behandeld met schadelijke, chemisch persistente coatings om algengroei en biofouling te voorkomen. Daarnaast gebruiken vissers nog steeds visnetten uit plastic polymeren, die schade toebrengen aan de zeeflora en -fauna als ze in het water achterblijven (cfr. marien zwerfvuil en microplastics). Met oog op de toekomst, is er dus nog heel wat werk om de blauwe sector verder te verduurzamen. Opvallend hierbij is dat de vraag naar dergelijke duurzame producten meestal niet uit de primaire mariene sector zelf komt, maar eerder uit andere sectoren zoals de chemie- of materialensector.
“Voor vissers draait vandaag alles rond quota en brandstofkosten – nevenstromen valoriseren is geen prioriteit. Er zijn wel reststromen uit de zeevisserij, maar deze hebben nog al te vaak geen duidelijke afzetmarkt of economische incentives.” (Alex Vancoppenolle – Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Vooral biogebaseerde antifoulingcoatings, mariene composieten en materialen voor offshore infrastructuur worden beschouwd als kansrijke niches. We beschikken in Vlaanderen over relevante R&D-expertise, maar het ontbreken van duidelijke markt- of beleidsprikkels maken een grootschalige commerciële doorbraak zeer moeilijk.
“Bedrijven
willen wel, maar zonder economisch perspectief komt er geen beweging –
dat blijft de realiteit. Daarvoor moet de overheid werk maken van
duidelijke regelgeving en gerichte stimuleringsmaatregelen om
investeringen haalbaar te maken.” (Jurgen Adriaen - Blauwe Cluster)
Regelgeving zet rem op innovatie
De blauwe sector heeft heel wat interessante biocomponenten te bieden en kan anderzijds de eigen productieprocessen nog verduurzamen.
Daarnaast wordt wetgeving meermaals als een niet te onderschatten, sector overschrijdend, knelpunt genoemd. Onduidelijke regelgeving en het moeilijk verkrijgen van vergunningen zet volgens de stakeholders de rem op een snelle integratie van natuurlijke alternatieven binnen de blauwe bio-economie. Ondernemers die hun activiteiten willen verduurzamen of die biogebaseerde grondstoffen willen valoriseren, stuiten op heel wat uitdagingen: onzekerheid over afvalstatus van reststromen, complexe en langdurige vergunningstrajecten voor aquacultuur, onduidelijke kaders voor algenproductie en zware procedures rond Novel food… Veelbelovende onderzoeksprojecten of business ideeën worden daardoor niet optimaal gevaloriseerd.
Nood aan verbinding en overzicht
Uit de verkennende gesprekken blijkt, dat Vlaanderen beschikt over de belangrijkste bouwstenen voor een duurzame blauwe bio-economie. Momenteel vinden de verschillende schakels elkaar niet of nog te weinig. De verschillende actoren, van verwerkers tot producenten, onderzoekers en beleidsmedewerkers, opereren vaak naast elkaar en hanteren verschillende verwachtingen of timelines. Slagen we erin om deze factoren beter op elkaar af te stemmen, dan hebben we de sleutel in handen voor de doorontwikkeling van de blauwe bio-economie.
“Met de B2BE Facilitator hopen we een belangrijke rol te spelen in het verhogen van de samenwerking van actoren binnen en verbonden aan de blauwe sector. Het samenbrengen van ondernemers uit de brede verwerkende industrie en de primaire, in dit geval – mariene – sector, is onze corebusiness en kan zo bijdragen aan nieuwe biogebaseerde waardeketens.” (Jasmine Versyck – Business Developer B2BE Facilitator)
Naast het bepalen van gerichte focuspunten – zoals inzetten op algen, chitine, mariene reststromen, of biogebaseerde materialen voor de blauwe sector – zal ook het ontwikkelen van structurele ketensamenwerkingen over de sectoren heen een cruciale rol spelen.
“Aquacultuur in Vlaanderen is vandaag nog een moeizaam verhaal: weinig producenten, hoge kosten en complexe vergunningen. De grootste doorbraak zit in synergie: als blauwe ondernemers (bv. kwekers van vis, schaal- en schelpdieren, micro- en macroalgen...) restwarmte en nevenstromen uit andere industrieën zouden kunnen benutten, dan kan dit de sector écht versnellen.” (Veerle Campens – Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Alleen door overzicht te creëren, kennis te delen en barrières collectief aan te pakken, kan Vlaanderen zijn blauwe bio-economie laten doorgroeien van pioniersfase naar een duurzame sector met economische impact.