Nieuws B2BE Studiedag valorisatie van lokale houtstromen

20/04/2022

B2BE Facilitator onderzoekt de valorisatie van lokale houtstromen

Op 31 maart organiseerde de B2BE Facilitator (samen met ANB, VLM en Pro Natura) een eerste fysieke event over de Valorisatie van lokale houtstromen in het Provinciaal Plattelandscentrum Peerenbosch (Roosdaal).

Er waren 61 deelnemers die geïnspireerd werden door 5 keynote sprekers. Dieter Cuypers (VITO) stak van wal met cijfermateriaal over hout in de Vlaamse bio-economie, Dries Druyts (Provincie Oost-Vlaanderen) volgde over warmte-energie uit lokaal hout. Vervolgens kwam Koen Willekens (ILVO) vertellen over het inzetten van houtsnippers voor bodemkwaliteit in land- en tuinbouwgronden. Verder had Naomi Breine (Natuurpunt) het over het houtatelier van Natuur- en landschapszorg (NLZ) en Stephan Kampelmann (Sonian Wood Coop) sloot de inspirerende sessies af met het voorstellen van zijn coöperatie.

Voordat alle aanwezigen konden genieten van een lekkere netwerklunch, pitchten enkele deelnemers nog hun bedrijf of idee (bv. houten urnen, een product van houtsnippers om de boomspiegel onkruidvrij te houden of het ontzorgen van landbouwers in het onderhouden van knotbomen).

Tijdens de netwerklunch werden er volop contacten gelegd. Vele deelnemers maakten van de gelegenheid gebruik om dieper in te gaan op de thema’s die eerder aangehaald werden door de keynotesprekers en de pitchers. De vele nieuwe connecties zullen verdere samenwerkingen binnen de keten zeker bevorderen.

Tot slot konden de deelnemers ook deelnemen aan een rondleiding op de site van het Provinciaal Plattelandscentrum Peerenbosch. Onder leiding van Harry Cottyn (2E Eco Energy) werd de biomassaketel bezocht en Tom Anthonis (Pro Natura) toonde de droogserre van Pro Natura.

Een geslaagd event!


Nog meer weten?

Lees dan zeker volgend gedetailleerd rapport over het werk dat de B2BE gedaan heeft rond lokale houtstromen!

Samenvatting Keynotes

Hout in de Vlaamse bio-economie: productie, handel en verwerking

Dieter Cuypers – VITO
PowerPoint Presentatie

Focus:

Op basis van de voorlopige resultaten van de 'Specifieke opdracht in het kader van de opvolging van de Vlaamse bio-economie' uitgevoerd door VITO, ILVO en Clever Consult i.o.v. het departement EWI, brengt Dieter Cuypers een overzicht van de bestaande Vlaamse houtstromen. Er wordt ingezoomd op de gebruikte terminologie: bio-economie, biomassa, hoofdstroom, nevenstroom en productieresidu.

Een schematisch overzicht van de diverse processen en afgeleide biomassastromen binnen de bio-economie in Vlaanderen, gaande van productie, verwerking en distributie tot consumptie, toont ook de onderlinge relaties. Bij de verdere uitwerking van de opdracht wordt gefocust op de productie en verwerking van biomassa. Het schematisch overzicht spitst zich toe op 'hout, en van hout afgeleide producten'.

De houtstromen in Vlaanderen worden getypeerd als industrieel rondhout en brandhout. Het voor verwerking beschikbare hout wordt berekend door de optelsom te maken van de houtproductie en -import in Vlaanderen, min de hoeveelheid hout bestemd voor export. De resultaten van de 3e bosinventarisatiecampagne, moeten meer duidelijkheid geven omtrent de houtproductie in Vlaanderen uit bos.

Productie uit bosbeheer:

De huidige cijfers over jaarlijks geoogst hout in Vlaanderen baseren zich op een aantal assumpties: 526.000 m3 industrieel rondhout en 325.000 m3 brandhout.

Productie uit landschapsbeheer:

Cijfermateriaal daterend uit 2011 en geëxtrapoleerd van 1 provincie (Limburg): stamhout: 51.005 m3 en takhout: 26.311 m3. Let wel dat hout van houtkanten (langs 7000 km snel-, gewestwegen en 1076 km waterwegen 1ste cat.) hierbij niet inbegrepen is.

Er volgt cijfermateriaal i.v.m. de verwerking. We maken een onderscheid tussen:

  1. Primaire houtsector (zagerijen), secundaire en tertiaire houtsector. Probleem dat zich stelt is het diverse gebruik van eenheden (m2, stuks, …).
  2. Papiersector: met 4 pulp- en papierproducenten
  3. Brandhoutsector voor individuele kachels

Conclusie:

Gegevens m.b.t. houtstromen in Vlaanderen zijn op dit moment gebrekkig. Er is nood aan het opzetten en uitvoeren van een systematische gegevensverzameling. Dergelijke gegevens zijn belangrijk als basisinfo voor het voeren van een klimaatbeleid (AFOLU, LULUCF, HWP) en voor het opzetten van duurzame productieketens als onderdeel van de circulaire economie.

Warmte-energie uit lokaal hout: haalbaar, betaalbaar en een stimulans voor landschapsbeheer

Dries Druyts - Provincie Oost-Vlaanderen
PowerPoint Presentatie

Focus:

Binnen provincie Oost-Vlaanderen wordt volgend kader/principes gehanteerd voor projecten rond energieopwekking uit biomassa:

  • Lokale schaal – gebied van ongeveer 30 km rond de site in functie van logistiek en transport.
  • Lokaal hout maximaal benutten: lokale afzet voor hoogwaardige toepassingen (materiaalgebruik) is veelal niet aanwezig, daarom wordt geopteerd voor relatief gemakkelijk te organiseren energieopwekking.
  • Efficiëntste technieken toepassen, bijgevolg grotere installaties (vanaf +- 100 kWh).
  • De CO2-opname van houtige landschapselementen met cyclisch (duurzaam) beheer is in balans met afgifte van CO2 bij verbranding voor energie.

Energieproductie uit lokale biomassa is en blijft een niche-toepassing binnen de globale duurzame energietransitie (wind, zon, warmtepomp ...) maar is wel een belangrijke stimulans voor het beheer van houtige landschapselementen in de open ruimte.

Samenwerking:

Voor de oogst van lokaal hout is samenwerking met volgende doelgroepen noodzakelijk: Regionale Landschappen, landbouwers (beheerders en groot materieel voor beheer, transport ...), Lokale besturen (beheerders groen in publiek domein, langs wegen, waterlopen ...).

Volgende elementen ontbreken vaak, maar zijn wel cruciaal voor samenwerking en verzameling van biomassa:

  • Centrale opslag / verzamelplaats voor de houtige biomassa en het drogen ervan.
  • Specifieke machinerie voor het versnipperen en/of hakselen van biomassa. Mogelijke oplossingen zijn: het aankopen, leasen, huren van materiaal. (vb. gecombineerde hakselaar van provinciedomein “De Gavers” in Geraardsbergen kan ook ontleend worden door landbouwers uit de omgeving).

Waar de installatie voorzien?

Gebouwen met een grotere energievraag lenen zich goed voor verwarming met biomassa. Het patrimonium van lokale besturen omvat dergelijke gebouwen.

De stookinstallatie moet in of aan het gebouw kunnen ondergebracht worden. Daarnaast is ook een opslagruimte voor de voorraad houtsnippers nodig. De installatie moet bovendien vlot bereikbaar zijn voor aanvoer van biomassa (vrachtvervoer).

Betaalbaar?

Bij verschillende projecten voor energievraag wordt een afweging gemaakt tussen het gebruik van een biomassaketel of andere technieken voor warmte-energie (o.a. terugverdientijd investering, energieprijzen ...). Verwarming uit biomassa heeft vaak een langere terugverdientijd dan bij vervanging van huidige installatie volgens nieuwste technieken (retro-fitting).

Houtsnippers inzetten voor bodemkwaliteit land- en tuinbouwgronden

Koen Willekens - ILVO
PowerPoint Presentatie

Houtsnippers op landbouwgrond: werkt het? @Landbouwleven

Focus:

Hoe nuttig is het om houtsnippers te gebruiken bij het verbeteren van de bodemkwaliteit in de land- en tuinbouw?

Houtsnippers zijn ligninerijk en bevorderen zo de groei van nuttige saprofytische schimmels, bezitten een lage biodegradeerbaarheid, zijn relatief nutriëntenarm en hebben een hoge C/N verhouding (50-150).

Om stabiele koolstofverbindingen in de bodem te bevorderen, moeten gewenste bodemcondities aanwezig zijn of gecreëerd worden in de toplaag van de bodem door een composteringsproces, waarbij een aeroob afbraak- en omvormingsproces van vers organisch materiaal kan plaatsvinden. De gewenste condities zijn:

  • Aanwezigheid van saprofytische schimmels
  • Aeroob milieu
  • Vocht
  • Nutriënten, N, …

Compostering:

In het kader van een project over boerderijcompostering werd o.a. onderzoek verricht naar gebruik van houtsnippers (oude en verse) en bladafval (PHAE) in combinatie met stalmest en natuurmaaisel. Parameters zoals de C/N verhouding, temperatuurverloop en keren + watergift, CO2-verloop werden gemonitord. Als resultaat werd een zeer stabiel product (compost) bekomen met een hoge nutriëntenrijkdom (door combinatie met stalmest, natuurmaaisel en de bladeren).

Houtsnippers rechtstreeks aanbrengen in de toplaag van de bodem:

Risico op N-immobilisatie (lees: vastlegging van N in de microbiële biomassa) N-honger bij de hoofdteelt. N-honger kan voorkomen / beperkt worden door:

  • Gebruik verse houtsnippers
  • Gebruik twijghout
  • Combineren met een groene stroom (bv. gewasresten + oppervlaktecompostering)
  • Toepassing in het najaar, voor de inzaai van een groenbedekker (vanggewas)
  • Toepassing voor een vlinderbloemige hoofdteelt
  • Zeer oppervlakkig inwerken

Conclusie:

Uit de proeven op verschillende locaties blijkt vaak een verlies aan opbrengsten door N-immobilisatie, maar dat is niet overal het geval. Er zijn nog bijkomende proeven nodig om de factoren beter te begrijpen in functie van de relatie tot opbrengsten.

Om het gebruik van specifieke stromen van houtsnippers mogelijk te maken, wordt de regelgeving momenteel aangepast (VLAREMA. Hierbij worden specifieke mogelijkheden gecreëerd voor rechtstreeks gebruik van houtsnippers op de bodem en gebruik via boerderijcompostering.

Het houtatelier van NLZ: lokaal, ecologisch & sociaal

Naomi Breine – Natuurpunt
PowerPoint Presentatie

Focus:

Natuur- en landschapszorg is het maatwerkbedrijf onder de ruimere koepel van Natuurpunt vzw. Er zijn meerdere activiteiten maar hier wordt gefocust op de vervaardiging van houtproducten.

NLZ heeft een houtzagerij met houtatelier (Ekeren) waar hout afkomstig van beheerwerken verwerkt wordt tot verschillende duurzame producten zoals: zitbanken, vlonderpaden, bijenhotels ... De meeste producten worden in open lucht gebruikt waardoor niet alle houtsoorten geschikt zijn en ze dus een hogere duurzaamheidsklasse moeten hebben (vb. eik, kastanje…).

Aanvoer en afzet:

De producten worden zowel in de eigen gebieden gebruikt (zitbanken, vlonderpaden, kijkwand, hek/poorten), maar ook extern vinden ze afzet. Niet alleen openbare besturen vormen een belangrijke afnemer, maar ook particulieren via kanalen van Natuurpunt.

Omdat het houtaanbod uit de eigen gebieden onvoldoende is, moeten ze (noodgedwongen) extern hout aankopen om de werking van het atelier te garanderen. Anderzijds willen ze het gamma van verwerkt hout uitbreiden naar andere soorten die zich ook voldoende lenen voor buitentoepassingen: grenen (dennenhout) lijkt ook voldoende geschikt zonder specifieke behandeling.

Neven- en reststromen:

Bij de productie komen ook neven- of reststromen vrij die niet geschikt zijn voor materiaaltoepassingen. Een deel hiervan wordt verwerkt tot brandhout, een deel wordt verhakseld tot mulch voor bodembedekking (onkruid onderdrukken, paden …).

Conclusie:

De werking van het houtatelier toont aan dat een korte keten voor verwerking van inlands hout voor eigen regio haalbaar is en meerdere toepassingen kan omvatten om het aangevoerde hout maximaal te benutten (materiaaltoepassingen, producten voor groenbeheer en bodemverbetering, energiehout …).

Korte keten voor lokaal hout - de ervaring van Sonian Wood Coop

Stephan Kampelmann - Sonian Wood
PowerPoint Presentatie

Focus:

Sonian Wood Coop (Sint-Jans-Molenbeek) is een coöperatie die bestaat uit 6 leden, een aantal leefmilieu vzw's en duurzame investeerders met als missie om hout afkomstig uit de buurt van Brussel (richtlijn: sourcen tot 35 km vanaf Brussel centrum) lokaal te verwerken. De nadruk ligt op de verwerking van stamhout uit het Zoniënwoud, maar er wordt ook hout gebruikt uit bv. het Meerdaalwoud, Hallerbos, Warandepark, private bossen ... Dit vraagt een grote investering bij de opstart omdat het hout vóór verwerking eerst een aantal jaren moet drogen. Hierdoor moeten investeerders zo'n 5 tot 10 jaar wachten op return.

Duurzame & Lokale verwerking:

Sonian Wood wil een antwoord bieden op de verhoogde export van stamhout naar landen zoals China. Dergelijke houtstromen kunnen niet als duurzaam worden bestempeld. Het hout gaat naar het Oosten waar meerwaarde gecreëerd wordt en deze producten worden daarna eventueel terug ingevoerd. Sonian Wood wil de keten duurzaam en lokaal houden. Hiervoor werken ze samen met een netwerk van Belgische partners. De activiteiten worden geconcentreerd rond 3 pijlers:

  1. Verkoop van ruw hout aan bv. trappenmakers
  2. Verkoop van afgewerkte producten zoals houten vloeren
  3. Creatie van projecten op maat zoals tafels voor een restaurant

De nadruk ligt momenteel op de verwerking van stamhout. Voor tak- en tophout wordt nog gezocht naar afnemers, verwerkers. Sonian Wood heeft een eigen zagerij die stammen tot 90 cm diameter kan verzagen. Daarnaast bestaan er ook samenwerkingen met lokale (Waalse) zagerijen. De aankoop van hout afkomstig van diverse terreinen en in het beheer van verschillende organisaties / eigenaars, vraagt diverse methodes. Deze kunnen sterk variëren qua aanpak.

Houtprijs:

De houtprijs wordt internationaal bepaalt en fluctueert sterk, bijvoorbeeld onder invloed van grootschalige windval of andere calamiteiten (bv. aantasting door schorskevers). Sonian Wood probeert afspraken te maken over stabiele prijzen zodat er meer zekerheid kan geboden worden aan beheerders en verwerkers.

Verwerking van diverse houtsoorten:

Sonian Wood verwerkt diverse houtsoorten zoals beuk, inlandse eik (momenteel duur in aankoop), robinia en lork (voor buitentoepassingen),maar er wordt ook gewerkt met andere minder populaire soorten zoals kastanje uit het Warandepark. Dit is haalbaar door niet alleen te focussen op de houtsoort, maar ook op het verhaal en/of de locatie van de bomen bij de vermarkting.